Destructie voor innovatie

De meeste leiders laten graag een organisatie na waarin gegroeid, gebouwd en geconsolideerd is. Het is wat de aandeelhouders ook verwachten. Met hand en tand wordt vastgehouden aan de exploitatie van het huidige systeem en wordt geworsteld met het vormgeven van innovatie. Toch komt altijd het moment dat het systeem zichzelf niet meer corrigeert waardoor, vaak ingegeven door de buitenwereld, het bestaansrecht onder druk komt te staan. Ingrepen op proces en structuur blijken dan geen toereikende instrumenten meer. Omdat het ruimte maken voor innovatie eerder een andere houding en gedrag vraagt en bovenal het kunnen loslaten van (ogenschijnlijke) zekerheden en omarmen van crisis.


We ambiëren (financiële) groei en werken vaak toe naar een vorm behoud (winst). Om vanuit behoud nog meer groei te willen realiseren. Terwijl natuurwetten ons leren dat er maar één natuurlijke vervolgfase is, die van de creatieve destructie. Om vandaar uit te bewegen naar een reorganisatiefase waarvanuit weer groei kan ontstaan, het einde van het systeem bereikt wordt of een nieuw systeem gecreëerd wordt. Een onvermijdelijke loop, waarin het aantal opties en de connectiviteit medebepalend zijn voor de fase waarin je je bevindt. Het panarchie framework* is een interessante kijk op systeemontwikkeling en wordt gekenmerkt door vier fases. Een loop die je kan plotten op individuen, teams, de organisatie en wereld om hen heen, en vaak in gelaagdheid verbonden zijn.





De groei fase wordt gekenmerkt door een toenemende hoeveelheid kapitaal en middelen.


De fase van behoud is de tijd dat de groei vertraagd en het systeem op stabiliteit gaat sturen. Het is een fase van beperkte flexibiliteit en lage weerstand.


De destructie fase, ook wel genoemd creatieve destructie of loslaten (release), is een chaotische periode waarin zaken worden afgebroken zoals het verworven kapitaal. Dit is een fase van grote onzekerheid, crisis en mislukking.


In de reorganisatie fase is het tijd voor innovatie en herstructurering van het systeem. Het is een tijd van diepe transformatie. Terwijl er nog steeds onzekerheid en crisis heerst ontvouwt zich een systemische verandering en wordt gewerkt aan de heropbouw.


We geven leiders graag de schuld van de overgang naar een nieuwe fase, of prijzen hen juist de hemel in. De vraag is welke invloed leiders daadwerkelijk hebben op het systeem dat niet alleen door de binnenwereld beïnvloed wordt, maar ook die van buiten omdat ze afhankelijk zijn van andere (complexe) systemen. Toenemende optionaliteit en connecties leidt tot complexere organisaties die op enig moment in hun huidige vorm eindig zijn. Gegeven onze natuurlijke angst voor onzekerheid, verlies van autonomie en verbondenheid zullen we de crisis en bijkomende onduidelijkheid, mislukking en chaos van de destructie willen vermijden. Tenzij we ons bewust zijn van deze fasen, de angst aan willen kijken en door deze leercurve heen willen bewegen.


Hoe zou het zijn als we de fase van creatieve destructie niet vermijden, maar weloverwogen aangaan? Dat we onderzoeken wat we willen loslaten om ruimte te maken voor iets nieuws, omdat innovatie pas volgt als je ook kunt loslaten. En om met een aantal economen te spreken, niet de waardelens van financiële groei, maar andere waardelenzen (even) leidend worden richting de fase van reorganisatie. Wij denken dat er andere nieuwe systemen zouden ontstaan die los kunnen breken van de huidige patronen, maar op zichzelf ook weer onderhevig zullen zijn aan deze fases. Omdat dat simpelweg onvermijdelijk is. En als je je er anders toe verhoudt ook niet erg. Laten we transformationele leiders prefereren die ons door deze fases heen kunnen bewegen, waarbij verlies van het ene wellicht winst van het andere is. Die weten hoe ze organisaties door moeilijke tijden heen kunnen loodsen en in staat zijn wezenlijke verandering te realiseren.


* Panarchy: Understanding transformations in human and natural systems, Edited by Lance H. Gunderson and C.S. Holling 2002. Panarchy model is used to explain dynamics of transformation and change in human systems, organisational systems, and natural systems.